De zijlijn (of beter het echte definitieve afscheid van Donkiesjot)

Het impulsieve, associatieve of ondoordachte karakter van de schrijverij van Donkiesjot en zijn iet of wat onbevangen of teugelloze toekenning op deze blog doet me beseffen dat ik hier wat te naïef ben geweest.

Pas dagen of weken later dringt het tot me door dat ik vele dingen beter voor mezelf zou gehouden hebben, maar vanwege het schrijfplezier gaf ik die dingen genoegzaam, doch te snel prijs? Aan de eerlijkheid uit de mond van een kind wordt hier wel smakelijk gevolg aan gegeven maar binnen de interactieve wereld van de volwassenen word je voor je eigenste vrolijke wetenschap helaas vies bekekenen ?

Ach, schrijven, het is me wat. Ik heb wel door dat je als schrijver de dingen moet overpeinzen en moet afwegen. Dat je je teksten beter even laat rusten en roesten en dat je schrappen moet waar het moet vooraleer ze te publiceren,? Ja! Dat besef overvalt me pas tijdens het latere herlezen ervan. Maar op zich vond ik dat een prettige beleving en kon ik hier na datum om mijn eigenste, eerlijke spontaniteit, bulderend lachen. Helaas begrepen mijn lezers deze autistische fratsen niet en konden hier al een pak minder om lachen en werd ik door hen (jullie) afgekeurd, verguisd en vergeten. Ik werd algemeen gesproken en al dan niet terecht door mijn lezers als een paria verwezen naar de zijlijn van het schrijverschap! Met een intellectuele eenzaamheid tot gevolg… En met het afleggen van de mantel van Donkiesjot wil ik tot spijt voor wie het benijdt toch nog heel eventjes een allerlaatste woordje kwijt over dat leven langs die zijlijn waarvan sprake in: Over Mij.

Een aspect van die zijlijn waar ieder weldenkend mens zich in kan terugvinden is  bijvoorbeeld wanneer je zo eens op een receptie of eender welke bijeenkomst verschijnt in losse vrijetijdskledij waar alle anderen zijn uitgedost in Armanipakjes en Chanellekleedjes? De mensen zien je verschijning daar als ongepast en verdrijven je uit de interactie. Langs die zijlijn verkrijg je daar afkeuring of hoongelach. Je hebt van alles te vertellen, maar krijgt er de kans niet toe omdat men naast je kijkt. Je krijgt vieze, negerende blikken in jou richting. Let wel; die dingen zijn niet meer of minder dan een grappige, spijtige momentopname en de volgende keer weet je hoe je te kleden (of aan te passen!). Als Asperger heb ik toch wel voldoende inzichten om me op de juiste manier aan zulke situaties aan te passen maar op de voor mij nog altijd onverklaarbare reden, slaag ik, niettegenstaande mijn inspanning, er nooit in om spontaan deel te nemen aan de gangbare interactie. Mijn kleerkast puilt uit van de juiste kledij, maar telkenmale kies ik hier de verkeerde uit en beland tijdens elke interactie, zeven op zeven dagen, dag in, dag uit, van het ene uur in het andere, in de verdrukking van die zijlijn. Of ik mij nu bevind in de supermarkt of op een zonnig terrasje of op een familie- of vriendenfeestje of op de werkvloer of in een klas van BLS, telkenmale mag ik erbij horen, maar nooit word ik ten volle of spontaan opgenomen binnen de evidente interactie. En dat doet wat met een mens!

Vol ongeloof en verwondering ervaar je daar je eigenste autisme. Op de voorhand al gedoemd tot buitensluiting. Tijdens de hormonale veranderingen van het puberale heb ik de zwaarste dieptes van de eenzaamheid daardoor al mogen doorstaan. Vandaag de dag is ASS een welbekend en aanvaard fenomeen, maar in mijn tijd moest het woord: Asperger nog uitgevonden worden. Nergens kon ik met mijn tranendal terecht en beleefde deze periode als de hel. Pas op mijn negenveertigste ontdekte ik de ware oorsprong van deze buitensluiting omdat het slechts een heel kleine afwijking is die mij door de natuur werd toebedeeld! Aspergers ondervinden buitengewoon moeilijkheden met het spontaan uitwisselen van oogcontact. Meer of minder is het niet! Eigenlijk is dit slechts het kernprobleem dat er voor zorgt dat wij ons nooit presenteren in de juiste kledij en daarom verwezen worden tot een leven langs de zijlijn!

En de wereld aanschouwen langs de zijlijn geeft natuurlijk buitengewone en vooral ook eigenzinnige belevingen of inzichten waar de gewone mens zich geen beeld van vormen kan. Neem nu die de hormonale chemie van gevoelens die zich bij opgroeiende mensen zo nadrukkelijk profileren en waar de Asperger geen spontane toegang of beleving van kan of mag beleven? Hoe mij enkel restte om die nieuwe gevoelens vanop de zijlijn te mogen zien zonder er aan deel te nemen? Hoe ik daar vol ongeloof mezelf voor de spiegel met tranende oogjes bestudeerde en er geen antwoord vinden mocht. Om er toch op een of andere manier bij te horen heb ik al die gevoelens tot op het bot bestudeerd en heb deze als een volleerd acteur geïmiteerd. Noodzakelijk was om mijn eigen denken en zijn, zodanig te verloochenen dat ik mij immer goedlachs en innemend en tegemoetkomend heb gedragen. Later pas heb ik daar profijt uit kunnen trekken omdat ik tijdens mijn conservatoriumjaren die gevoelens op een heel innemende wijze via de verklanking van de muziek heb kunnen delen. Dit was de enigste tijd van mijn leven waar ik ten volle op hoog niveau de interactie heb kunnen en mogen beleven en er voor even bij hoorde. Na die banale pinkbreuk stortte die wereld in en leefde ik noodgedwongen een leven van twaalf stielen en dertien ongevallen. Troost, een knuffel en schouderklopje beleefde ik enkel binnen de veilige cocon van mijn woonst omringd door de literaire vrienden die in mijn groeiende boekenkast leefden. Zwijgzaamheid over de dingen van mijn interesse was mijn compagnon de route. En plots, als een duiveltje uit een fles had ik daar schoon genoeg van. Ik zag een kleine uitweg om uit dat doodse leven langs die zijlijn te ontsnappen en mezelf als mezelf kenbaarheid te geven. Dit was enkel mogelijk door te verrijzen als Donkiesjot (haha…) en mijn kennissen en geliefden te tonen wie ik daadwerkelijk ben (geworden). Angst om ooit begraven te worden als vreemde, nobele onbekende, was mijn motief. Meer moet hier niet achter gezocht worden dan het helaas vergeefse verlangen naar een spontane knuffel.

Maar die angst om straks als nobele onbekende begraven te worden zal mijn onoverkomelijk lot worden waaraan ik niet ontsnappen kan. Meer en meer zie ik gezamenlijk en evenredig met mijn lezers, in dat die tekst: “Over Mij” een belachelijke, naïeve poging was om aan dat lot te ontsnappen.

Ratio heeft hierin berust. Heeft nu pas ingezien dat het autisme ook in mijn schrijven welig tiert. Heeft ingezien dat het compleet zinloos is om zelfs al schrijvend deel te nemen aan de intellectuele, sociale interactie. Weet dat hij het einde van Donkiesjot moet afdwingen. Weet zijn plaats in de wereld en weet dat hij er beter toe doet te zwijgen.

Aspergio wil daar niets van horen. Geeft nooit af. Dwingt mij steeds naar de boekhandel om ons te verdiepen in een zoveelste verwondering. Zal onbesuisd de dingen blijven delen. Trekt zich niets aan van de zinloosheid. Lacht om de tranen van Ratio en traant van het lachen om zijn eigenste fratsen.

Altijd maar deze ongeloofwaardige, gekibbelde tegenstrijdigheid in mijn arme hoofdje weerhoudt me om de dingen nog spontaan te delen. In vorige teksten omschreef ik de dingen met: noem mij dit, noem mij dat, noem mij zus, noem mij zo. Eentje vergat ik eraan toe te voegen. Met schaamte presenteer ik mezelf hier onder de noemer: ‘Noem me parasiet’. Alle genoegens van het menszijn heb ik enkel langs die zijlijn mogen aanschouwen zonder er ooit een bijdrage aan heb mogen of kunnen delen. Meer dan dat heb ik niet kunnen betekenen in de mij omringende wereld omdat de natuur dat van mij afdwong.

Uit schaamte, maar eerder uit onmacht verschuil ik me vandaag de dag achter het Oblomovisme. Hier in alle extreme eenzaamheid met mensenschuwelijkheidse gevolgen, laat ik in het allergrootste geheim Ratio en Aspergio met elkaar tot in de eeuwigheid in de clinch gaan. En verder zal ik mij in de grote mensenwereld enkel nog inschikkelijk, goedlachs en innemend tonen en me (o horror van het lot) als zodanig begraven te weten. Verder blijf ik zingen, springen en dansen om de naïviteit van mijn vermeende zucht tot verrijzenis uit het dodenrijk mijner leventje. Verder zal ik nooit een eerste lezer of een bewener vinden die weet wie er begraven wordt. Uiteindelijk zal ik zelfs in de kist mijn ondragelijke intellectuele eenzaamheid in mijn graf meedragen. Zal vaporiseren tot een gedachtekronkel voor allen en voor niemand. En tijdens mijn laatste seconden zal ik me verbazen en tegelijkertijd genieten en mijn laatste adem van mijn verwondering opgelucht uitblazen.

Dat mijn geliefden en beweners mij voor mijn laatste blijde boodschap kleden in een Armanipakje of in losse vrijetijdskledij zal me worst wezen. In de hoop dat Aspergio de dingen eindelijk eens laat voor wat ze zijn doe ik hier een laatste poging met weerom een welgemeend mea culpa, om als Donkiesjot definitief afscheid van U te nemen.  

T.

Het einde van Donkiesjot

Goed nieuws tot al diegene die zich geërgerd hebben met mijn blogschrijverij: ik stop er mee! Ik heb trouwens nooit echt de intentie gehad om mezelf als schrijver te profileren. Alles wat ik hier prijsgaf was niet meer of niet minder een oefening tot een schrijven over dingen waar ik een scherpe pen voor nodig heb. Een oefening ook vanwege moeilijkheden en mankementen die ik ondervond bij het uitleggen van problematieken waar ik echt wel heel goed in ben: muziek(theorie).

Kijk! Ik schreef hier op deze blog zo eens gekscherend dat ik mijn waarheden als relatief beschouw en weet, gezien enkele reacties, dat velen dit interpreteren als beter-wetende, autistische, bevreemdende grootspraak. Meer van mijn bloglezers haakten af dan dat er nieuwe lezers bijkwamen. Maar daar heeft de pret van het schrijven-aan-zich, mij niet belet om me verder te amuseren met mijn impulsieve, associatieve ergernisjes en kritiekjes die ik hier deelde. Welgemeend schreef ik met veel humor de dingen spontaan van me af voor allen en voor niemand, omdat ik maar al te goed weet dat deftig schrijven enkel mogelijk is door veel en veel te schrijven. Door te oefenen en te oefenen dus. Ik ben van nature ook een heel bescheiden mens en weet dat ik niet veel potten heb gebroken met mijn schrijfseltjes. Ik heb daarom mijn schrijven ook nooit opgedrongen of er reclame voor gemaakt omdat ik als veellezer wel de klepel van schrijfkwaliteit weet hangen en mijn eigenste schrijven kan zien als naïef en amateuristisch.

Als je ziet dat ik om welgemeende waarheden smakelijk kan lachen zou je kunnen stellen dat ik in niets geloof maar over één ding ben ik wel een believer: De tienduizend-urenregel zoals Malcolm Gladwell dit in zijn boek Uitblinkers beschreef. Wat muziektheorie betreft heb ik al wel een veelvoud van die uren achter de kiezen en denk wel dat ik hier, zonder blaaskakerig te zijn, mag stellen dat ik daar dus al aardig mijn ding in vinden kan. Het lot was me niet zo gunstig gegund want tijdens mijn conservatorium-jaren brak ik een pink en moest een leven lijden langs de zijlijn van mijn opgedane kennis. Maar nu ik met pensioen ben en geen verantwoordelijkheden meer te dragen heb, kan ik mij er terug ten volle op toeleggen. Daarom, en ik beken: enkel en alleen daarom, stuurde ik een tekst naar de Schrijfacademie omdat ik zoals voorheen gezegd, moeilijkheden en mankementen ondervond om mijn kennis over muziek schriftelijk te delen. Groot was mijn teleurstelling dat ik daar weerhouden werd en aldus schreef ik me in voor de cursus Basisjaar Literair Schrijven. Mensenlief! Wat een tijdverlies! Wat een amateurisme!

Let wel: ik ben een groot voorstaander van amateurisme. Ik laat mijn zintuigen graag strelen door de bezieling van amateurs. En met veel schwung en spontaniteit heb ik mij hier als schrijver amateuristisch geamuseerd. Helaas hielp BLS mij niet om me te verbeteren want er zijn amateurs en amateurs….

We werden in BLS onderricht door een docent die amper zelf schrijft. Een amateur dus(!) die zichzelf als een Professionel profileert? Dat was eraan te zien want in haast alle opdrachten schreef hijzelf niet foutloos. En dan zwijg ik nog van copy/paste opdrachten waar hij schaamteloos tekstjes meegaf uit boeken over schrijven uit ‘De Schrijfbibliotheek (zonder bronvermelding!). Nooit verbeterde hij mijn teksten en die van mijn collega’s op taal omdat hij blind was voor de krioelende schrijffoutjes die in onze teksten slopen. Erger nog: wanneer ik daar een opmerking over maakte, legde hij mij het zwijgen op omdat hij vond dat je het plezier van de aspirante schrijvers niet mag ondermijnen. Tja, mijns inziens een schrijversschool onwaardig…

Hier een voorbeeldje:

In meerdere boeken uit de Schijfbibliotheek wordt de student een eigenaardigheid meegegeven. Aspirante schrijvers gaan zo op in hun poging een deftig verhaal te construeren zodat ze verblind zijn voor de schrijffoutjes, eigen aan beginnende schrijvers. Op zich normaal en niets ergs. Er hard om lachen is hier noodzakelijk omdat je toch naar een schrijversschool gaat om je plezierig te verbeteren? Maar ook professionele schrijvers weten maar al te goed dat ook zij in die val kunnen trappen. Belangrijk en noodzakelijk is hier dat een docent of een eerste lezer die dingen direct in het oog springen, zodat de schrijver hier gecorrigeerd wordt. Dat is in de eerste plaats datgene wat ik nodig heb. Maar ook medestudenten hebben dat nodig. Als lezer of buitenstaander vallen zulke foutjes onmiddellijk op. Blind voor mijn eigenste foutjes dacht ik er goed aan te doen mijn medestudenten te wijzen om hun foutjes om aldus gezamenlijk te werken aan het metier van het schrijven. Toen ik een mede collega erop wees dat hij er meer dan zevenendertig duiveltjes in één tekst geslopen waren heeft hij mij bedankt en werd erdoor geholpen zodat zijn volgende teksten al aardig wat minder fouten bevatte. Maar anderen vonden dit soort opmerkingen ongehoord en voelden zich bedreigt (of is het bedreigd?? kijk, zo’n straf programma alsEDITORvan WORD aanvaardt tot mijn grote verbazing beide schrijfwijzen zodat ik in het ongewisse blijf en niet gecorrigeerd wordt … tja…). De docent dwong zwijgzaamheid van me af en ondertussen zijn de meesten van die klasgenoten gestopt met schrijven vanwege het feit dat BLS geen aandacht wenst te geven over aspecten van taal(vaardigheid)?

Ook de grote baas die zichzelf o-zo-graag via alle media altijd maar presenteert als schrijfster en psychologe, vond mijn vraag naar juiste beoordeling van mijn taal, schrijfstijl en grammatica, ongepast. Wat ze me wel als tip meegaf na beoordeling van mijn eindwerkje voor BLS, was dat ze vond dat ik mij verder als schrijver zou kunnen ontwikkelen bij een esoterische docent. Tja, mijns inziens een psycholoog onwaardig… Waarschijnlijk was ze te druk bezig zichzelf als schrijfster en psychologe te verheerlijken om andermans teksten vakkundig te becommentariëren en te verbeteren?

Een ander aspect van Isabelle Rossaert dat me ontstellend teleurstelde is het feit dat ze zomaar zonder pardon een contractuele belofte van BLS naast zich neer zette. BLS stelt namelijk nadrukkelijk dat ze je leeslijst van dat jaar uitvoerig zal bespreken. Vanwege het feit dat ik decennialang, door het leven dat ik lijden moest en waar literatuur als te mijden beleefd wordt, las ik in het allergrootste geheim een achttal boeken per maand en zag ik via BLS de kans om uit mijn extreme, intellectuele eenzaamheid te ontsnappen. Eindelijk, zo dacht ik, een schrijversschool waar ik eens interactief met geestesgenoten de genoegens van literatuur zou kunnen delen. Maar zij deed dit teniet door zomaar op eigen kracht te beslissen om dit aspect voor het eindwerk niet uit te voeren. Ik durf te stellen dat de leeslijst die ik voorlag, vrij uniek en uiterst zeldzaam is in de geschiedenis van BLS maar helaas verkreeg ik zelfs het beoogde schouderklopje niet. En dus werd ik hier weerom de intellectuele eenzaamheid ingeduwd. Op deze blog heb ik als een kind naar aandacht gesmeekt om de vele indrukken van boeken te delen met anderen, maar de doorsnee lezer vond dat ik mij hier te veel opdrong en negeerde mijn zucht naar liefde. Mijn lezers van deze blog interpreteerde mijn boekengeschiedenis als opdringerige blaaskakkerij…

Tijdens heel dat jaar BLS heb ik slechts een kleine tien minuten een juiste beoordeling van Dirk Van Boxem (docent blogschrijven) mogen smaken. Zijn tips hebben mij zeker verder geholpen maar toen hij mij voorstelde om een tekst over muziek met klasgenoten op deze blog te delen heb ik van hem en geen enkele andere klasgenoot de gevraagde feedback verkregen. Dus weet ik nog altijd niet hoe mijn schrijven bij lezers overkomt.

Dirk is ook één van de bezielers van ‘Aanlegplaats’ en daagde studenten uit hun blogschrijven daar te delen. Tijdens die befaamde tien minuten wist Dirk me te vertellen dat ik een aparte, doch heel herkenbare schrijversstem heb waar hij na het lezen van enkele zinnen altijd en overal mijn stem zal horen. Wat een compliment? Aanvankelijk voelde ik mij daar voor een eerste keer uitgenodigd en gestimuleerd om mijn schrijven voor te leggen aan zijn Aanlegplaats. En hier betreur ik het van hem dat hij zich daarna plots verborg achter zijn collega’s met de mededeling dat er voor mij geen plaats vijl is om hier teksten voor te leggen vanwege vermeende schrijffoutjes en herhalingen. Daar heb ik mij sportief bij neergelegd, maar ook hier heb ik helaas geen feedback verkregen over mijn taal, stijl, grammatica enz.… Hier erkende ik de mij toegewezen plaats in het schrijversuniversum waar ik nog een hele weg heb af te leggen en wist ik met zekerheid dat ik toch nog wel enkele jaartjes werk zou hebben om me te verbeteren. Aanlegplaats laat ik me bij momenten smaken en meer dan eens reageerde ik met een duimpje. Dat mensen daar hun ei kunnen kwijten verheugt me, en wanneer zij vinden dat mijn ei daar niet thuishoort heb ik alle begrip. Mijn denken en schrijven is op zich tamelijk wereldvreemd en het verwondert me niet dat me hier geen plaats wordt toegekend. Maar zoals gesteld ben ik nog een ambitieus groentje en probeerde met een nieuwe aanpak en een grappige tekst een herkansing die beter paste binnen hun filosofie. Niettegenstaande Aanlegplaats mensen uitnodigt hun teksten voor te leggen die ze zwart op wit met een nee of een ja zouden quoteren, verkreeg ik tot mijn verwondering zelfs dat niet. Ze houden zich dus niet aan hun eigenste regelementen zodat ik hier nooit herkansing verkrijgen zal.

Blijkbaar mag ik van mijn lezers niet weten of ik misschien wel erbarmelijk slecht schrijf of dat men struikelt over mijn autisme waar men mijn schrijven ziet of interpreteert als beter-wetende, autistische, bevreemdende grootspraak? Eigen aan het autisme is de eigenzinnigheid, wat een spontane interactie in de weg staat? Vast staat dat ik niet in staat ben om interactieve reactie te verkrijgen en erger nog, niet in staat ben om een eerste lezer met kennis van zaken te vinden. Ik ben de enige die zijn eigen teksten dan maar moet zien te corrigeren, maar het ontbreekt mij aan metier om dat te op een juiste wijze te doen? Toegegeven, op deze blog schreef ik vooral impulsief en associatief de dingen van me af, maar om er echte teksten van te maken moet ik de dingen anders aanpakken. Schrijfscholen weten niet wat aan te vangen met mijn stijl en thematiek zodat ik gedoemd ben de dingen in alle eenzaamheid te verwerken. Ik heb 1001 dingen te (be)schrijven maar wordt amper uitgedaagd. Ik blijf steken tot een schrijven voor allen en voor niemand. Ervaar ook mijn plaats binnen de reële en virtuele wereld waar ik gedwongen word tot zwijgen…. Hoog tijd om daar mee te stoppen!

Vooraleer u zou zeggen dat ik zit na te trappen wil ik toch wel even stellen waarom ik met deze laatste blog mijn ongenoegen en vooral mijn ongeloof en treurnis ook, nog eens voorleg? Omdat ik een teveel van natrappen onder mijn eigenste kont voelen mag? Ik haalde de tienduizend-urenregel al aan en bereken in de vlucht dat ik slechts een kleine vierduizend uurtjes geschreven heb en aldus nog een zesduizend uurtjes moet oefenen om ooit eens een tekst naar behoren neer te schrijven? Vast staat dat mijn schrijven niet erg gesmaakt wordt. Men struikelt over de spontane eerlijkheid? Met een goede dosis gezond verstand trek ik hieruit mijn terechte conclusies en stop dan ook met Donkiesjot. Want hoe negeert men mijn Over Mij waarin ik vol humor mezelf doe verrijzen uit het doodse leven van mijn voormalige, arme bestaan? Vol ongeloof nam men acte van mijn tekst en beloonde men mij met een gezamenlijk ostentatief stilzwijgen terwijl daar de kern ligt van mijn denken? Ik heb in alle geval nog niemand horen lachen met deze frats en weet nog altijd niet hoe deze tekst bij lezers overkomt. Te veel denk ik hier dat ik die tekst uitleggen moet en weet tegelijkertijd dat een schrijver die zichzelf moet uitleggen nog geen echte schrijver is?

Onder een andere naam die ik hier voor mezelf houd, zal ik verder bloggen over de problematiek van het autisme omdat dit mij al decennialang bezighoudt. Ik ben echt al schrijvend op zoek naar alle aspecten van mijn autisme binnen het armtierige leventje dat ik hierdoor heb mogen doorstaan. Als thematiek (van mijn hard en totaal ongelovig leventje) denk ik dat dit een goede benadering is om aspecten ervan te verduidelijk tot lezers die zich hierin willen verdiepen en er eerlijke inzichten in kunnen ontdekken? Maar eerst moet ik nog zesduizend uren oefenen en oefenen natuurlijk vooraleer ik dit ooit eens als boek kan uitwerken….  Verder zal ik een andere blog opstarten waarin ik mijn expertise en verwondering over muziek zal uitwerken en hoop hier eveneens na zesduizend uren een boek over te schrijven. Uiteraard ligt hier de vraag of ik nog wel lang genoeg zal mogen leven om dat ooit te verwezenlijken, maar dat zal de pret van het schrijven hier niet in de weg staan. Uiteraard een welgemeend mea culpa voor de eerlijke dingen die ik hier schaamteloos prijsgaf. Eerlijkheid heeft zijn prijs…

T.

PS: Over: Over Mij (About Me)

Wat ik met de beste wil van de wereld niet bevatten kan is het feit dat nul komma nul mensen, de docent incluis, hebben gereageerd op deze toch wel eigenzinnige doch humoristische tekst die ik op mijn blog over mezelf prijsgaf. Ik heb met andere woorden hier dus geen enkel idee hoe mijn schrijven op lezers overkomt. Daar waar ik een poging ondernam om uit de intellectuele eenzaamheid van mijn armtierig leventje te ontsnappen werd ik daardoor nog dieper in die wurgende eenzaamheid geduwd.

Minuscule tipjes van de meterslange sluier van die eenzaamheid heb ik via Donkiesjot op deze blog meegegeven. Ik ondernam een poging om uit mezelf te stappen en vanop afstand goedlachs naar mezelf te kijken. Ik deelde daar dus onverbloemd de Aspergeriaanse dingen en de problematieken van het autistisch denken. Lezers voelden valse schaamte vanwege de eigenaardigheden van mijn schrijven omdat ze dit niet konden plaatsen? Te wereldvreemd misschien? Te dicht flirtend met de grens van de waanzin waarschijnlijk? Wie zal het zeggen? Helaas dus tot op heden niemand…

Toch binnen mijn realiteit flirt ik daadwerkelijk wereldvreemd met die grens van de waanzin vanwege het Aspergerianisme dat de natuur mij toebedeelde. Een leven lang heb ik dat voor de buitenwereld verborgen gehouden vanwege verantwoordelijkheden die ik dragen moest. Strikt genomen beleef ik een uitbundig sociaal leven omdat ik mij altijd inschikkelijk en goedlachs heb getoond. In de wereld waarin ik geworpen werd hoef ik maar te stellen dat alle politiekers zakkenvullers zijn. En zie: de meerderheid van familie, vrienden, kennissen en bloglezers omhelst mij en maken zich met mij vrolijk. Altijd maar zwijgen en zwijgen was mijn verdict en dus hield ik het feit dat ik denk dat alle politiekers harde werkers zijn die dag en nacht paraat moeten zijn voor het volk, wijselijk voor mezelf. En nu ik eindelijk geen verantwoordelijkheden dragen moet en mezelf uit dit tranendal doe verrijzen, en me vrijuit de juiste argumenten permitteer, word ik verguisd en genegeerd. De gewone mens verdraagt de eenzaamheid niet en is er bang voor en loopt weg van de woorden van Donkiesjot. De mensen die nooit denken maar tegelijkertijd denken dat ze denken, hokken samen om aldus vol overtuiging van elkanders gedeelde waarheden, mijn schrijven ten volle als vanzelfsprekend hier te negeren. Men (ver)oordeelt mij hier als een schrijver voor allen en voor niemand? Haha…

Ook deze tekst zal men onvoorwaardelijk als woorden van een gek interpreteren en men zal mij comme ‘d habitude zelfs geen duimpje vergunnen. Nooit zal ik hier kunnen ontdekken of mijn schrijven al dan niet iets betekend. Dieper en dieper verval ik in de put van een schrijnende, allesomvattende eenzaamheid. Het Oblomovisme doet zijn intrede en aldus berust ik in die intellectuele eenzaamheid en schrijf enkel nog voor mezelf en mijn imaginaire disgenoten. Enkel daar kan ik de dingen delen en verkrijg ik op tijd en stond een schouderklopje en een knuffel. Enkel daar mag ik ten volle mezelf zijn. Enkel daar verwelkomt men mijn verrijzenis uit het dodenrijk waarin ik decennialang gedwongen werd om als een onschuldig opgesloten gevangene de wereld achter (Aspergeriaanse) tralies te mogen beleven. Enkel daar kan ik de dingen bevatten en wordt er smakelijk gelachen met mijn onzinnigheden. Enkel daar kan ik ontsnappen van het juk van de inschikkelijkheid mij eigen, om te af en toe ook eens interactie te beleven. Enkel daar leef ik daadwerkelijk tussen allen en niemand! Waarvoor voor de zoveelste keer een welgemeend mea culpa. Het was me een waar genoegen. Tot nooit meer…

 T.

Over ZALIG PASEN

Een aantal van mijn vertrouwde bloglezers bestempelde deze tekst al dan niet terecht als kinderlijk naïef. En met deze ken ik hen van harte het grote gelijk toe.

Want

Deze tekst was daadwerkelijk het product van mijn kinderlijke naïviteit! Ik schreef dit opstel als dusdanig ooit letterlijk als elfjarige. Met dit schrijven heb ik helaas mijn eigenste doodvonnis ondertekend want de leraar en de directeur hebben mijn blasfemistische schrijven hier beloond met een oorvijg die ervoor zorgde dat ik vanaf dan met gehoorschade door het leven moest. Verder werd ik voor de rest van dat schooljaar door de leraar en de directeur ten volle genegeerd en werd hier de kiem gelegd voor mijn verdere, erbarmelijke educatie. Daardoor belande ik in een onderwijs dat beneden mijn intellect was en draag ik er tot op heden de gevolgen ervan…

T.

ZALIG PASEN

Gezeten op een wolkje aan een stralende, blauwe hemel aanschouwen een vader en een zoon genoegzaam de bewieroking ter hunner zalige eer. De ogen de kost gevende, zag de zoon daar een glimp van de erbarmelijke toestanden met honger en dorst van Oekraïners en marginale, Afrikaanse negertjes en sprak:

“Vader, zou je de staf van Mozes eens niet even kunnen doorgeven aan Zelenski en die zwarte presidentjes zodat er manna uit de lucht dwarrelt en zij de honger van hun onderdanen kunnen stillen? Zal ik het dan een druppeltje laten regenen zodat zij eveneens de dorst kunnen laven.”

“Ach zoon, waar jij je mee bezigt. Hebben die achterlijke sukkelaars de dingen niet zelf gezocht? Geen enkel van hen neemt de tijd om ons te verheerlijken op deze prachtige dag. Schande! Zij verdienen ons niet! Kijk daar op Sint-Pieter hoe voorbeeldig kleurrijk en bloemig wij aanbeden worden.”

“Ja vader, het is waar. Toch schoon hé. Zal ik hier nog eens voor even verrijzen om de mensen daar hun hart te vervullen met onze blijde boodschap?”

“Neen zoon, laat het! Dat is niet meer nodig want zij geloven ons sowieso al op ons woord. Met dat overheerlijke, zalige zonnetje verblijden wij de harten van onze gelovigen al meer dan genoeg.”

“Ja, prachtig hé! Meer moet dat niet zijn. Halleluja!”

T.

PS: Terwijl ik dit hier schrijf hoor ik op de achtergrond dat de Vlaamse VRT een Hollander gevonden heeft die commentaar mag geven en zich afvraagt of de paus de Nederlanders zal bedaaanken voor de blooeemen en verder stelt: “Alle tulpen komen uit Holland, maar eerlijk is eerlijk want de Azalea’s komen uit België. Waarvan acte…”

 “Ontbering”

Zoveelste geheim schrijfseltje of probeerseltje uiteindelijk toch maar vrijgegeven voor wereld-autisme-dag 2022:  

Dat ik zonet twee dagen lang seizoen vier van The Walking Dead voor een tweede maal heb uitgezeten heeft er mee te maken dat ik tot rust moest komen van mijn Aspergeriaanse, chaotische, impulsieve gedachtenkronkels die zich allemaal tegelijk opdrongen. Ach, het kan stormen in dat arme, autistische breintje van mij. En op een bepaald moment ontploffen de dingen en ziet het zwart voor mijn ogen. En dan zoek ik vergetelheid en ontspanning in het bingewatchen…

Mijn vorige blog over Todd Rundgren ging strikt genomen niet over Todd Rundgren. Que? Dat ik daar in mijn platenkast heb zitten snuisteren was dus geen zoektocht naar ontspanning, maar was een experiment dat getriggerd werd door een boek over het geheugen van Elizabeth Loftus waarnaar Johan Braeckman met een sluiks zinnetje verwees in gesprek met Dirk Verhofstadt. Tijdens lezing struikel ik nogal eens over terloopse dingen en masseer ik via deze (niet voor publicatie bedoelde) blog, mijn arme, getriggerde hoofdje…

Ach, die chaos! Vele boeken lees ik in één ruk uit, maar bij andere boeken kan ik weken en maanden blijven stilstaan vanwege verwijzingen en dergelijke. Maar liefst zeven weken lang heb ik mij verdiept in dat boek van Dirk Verhofstadt in gesprek met Johan Braeckman omdat zij verwijzen naar honderden boeken waarvan ik er zeker vijftig gelezen heb. En bij elke vernoeming legde ik hun zoektocht naar menselijkheid even neer om in één van die boeken te grasduinen. En tussendoor herlas ik het boek: De illusie van het geheugen, van Julia Shaw nog even omdat ik voor mijn queeste over mijn autisme ook veel nadenk en schrijf over het Aspergeriaanse geheugen. En bij momenten voel ik dan nog eens de mankementen van mijn eigenste geheugen omdat ik tijdens het lezen aardig wat dingen vertaal binnen mijn context en achteraf vaststel dat ik van een boek weinig meer herinner dan mijn eigenste associaties. Ook over mijn lievelingsauteur F. Nietzsche zal ik nooit academisch met kennis van zaken kunnen interacteren omdat ik bij het lezen van elk aforisme op zich, de dingen zo diepzinnig overpeins en associeer met mijn eigen inzichten en belevingen zodat bij het dichtklappen van zijn boek eerder mijn eigenste gedachten zich in mijn brein nestelen. En bij het terzijde leggen van dat boek van Nietzsche weet ik dat ik er beter aan doe het te herlezen op zo’n wijze dat ik eruit zou kunnen citeren? Ik moet dus de dingen op een andere manier in mijn geheugen prenten om er achteraf zinniger over te kunnen palaveren?

En dan komt daar als een duiveltje uit een fles, een tekst van Jean Paul van Bendegem me zo maar voor de geest waar hij op een heel grappige wijze een zeer eenvoudige gedachte neerzet en dat dan herschrijft met moeilijkere woorden en dan dezelfde tekst met lastigere toevoegingen en kronkels kleurt en dan die eenvoudige gedachte uiteindelijk met een filosofisch jargon, verwijzingen incluis zodanig herschrijft dat het voor niet-academische lezers haast onleesbaar is geworden. En dan, en dan, en dan, haha…  

Maar ik geniet en lees graag lastige filosofie doch mijn kennis is hier eerder passief. Tijdens lezing ben ik dus erg goed mee maar anders dan bij van Bendegem is de kennis die ik er later voor nodig heb, veelal beperkt tot mijn eigenste vereenvoudiging. Op zich is dat niet zo moeilijk te bevatten want ik heb zo goed als geen verbale interactie over filosofie zodat die dingen zoals ze worden neergeschreven nooit als vanzelfsprekend door mijn mond uitgesproken worden en aldus amper uit het geheugen moeten opgeroepen worden. Dat doet wat met een mens. Want wanneer ik zo eens dieper over de dingen uit mijn geheugen interactief wens te palaveren zie ik dat die gedachten halfslachtig in mijn geheugen verborgen zitten en zich niet altijd laten vangen zoals het hoort. En al peinzend over deze problematieken overvalt mij de drang deze kleine frustratie via impulsiefjes op mijn blog van me af te zetten.

En hier ben ik uiteindelijk beland bij de titel van dit schrijfseltje: Ontbering. Want om een nieuwe blog over de opgesloten dingen van mijn geheugen te schrijven wou ik dit bijkleuren (sorry Dirk van Boxem haha…) met dat boek: De Vrolijke Atheïst van Jean Paul van Bendegem. Het hoe en wat reserveer ik voor een blog die ik later wel eens zal neerschrijven, maar nu moet ik dat uitstellen omdat ik dat boek nergens kon terugvinden! En daardoor overvalt mij dat indringende gevoel van ontbering omdat mijn appartement te klein is om nog meerdere boekenkasten te plaatsen. Let wel! Veel van mijn geliefden zijn jaloers omdat ik me een vrij groot appartement van 179m² kan permitteren dus zwijg ik over het feit dat dit binnen mijn context een veel te krap bemeten woning is? En aldus zijn er veel schabben van mijn bibliotheek waar dat boek van JP ergens achter dubbele rijen verborgen zit? En voor mijn boekenkasten zie ik mij verplicht het tv-toestel, de luidsprekers en zetels te verzetten die zich vanwege plaatgebrek voor mijn boekenkasten genesteld hebben. En tijdens die speurtocht kom ik dat boek van Dirk Verhofstadt in gesprek met Etienne Vermeersch nog eens tegen waarin ik impulsief zit te bladeren en tijd zit te verliezen. En dan verval ik in dromerijen waar ik de lotto gewonnen heb en waar ik me eindelijk een gepaste woonst kan aanschaffen om meerdere, noodzakelijke boekenkasten te kunnen plaatsen. Om aldus het overzicht te kunnen bewaren. En dan bliksemt en dondert het in mij arme hoofdje en zoek ik vertier om aan dat dwangmatig denken te kunnen ontsnappen met een zoveelste, uit het niets opdoemende gedachte er bovenop waar ik me verwonder over dat eigenaardig feit van het geheugen waar je duizenden films en honderden afleveringen van TWD hebt gezien die je allemaal vergeten bent totdat je geheugen vele jaren later, bij de eerste beelden, pas na die externe prikkel, de dingen in een fractie terug prijsgeeft. Alsof je ze gezien hebt alsof het gisteren was? En dan die geestelijke kortsluiting waar alle aspecten van dit schrijfseltje het onmogelijk maken om mij achter de pc te zetten en deze blog hier deftig neer te schrijven? Ach, vergeef mij deze uitspatting! Hoog tijd tot bezinning en rust! Hoog tijd voor het vijfde seizoen van The Walking Dead!

T.

PS: 1) “Wereld Autisme Dag 02/04/2022”

Ik stelde voorheen al eens dat ik hier onder de naam Donkiesjot als Aspergio schrijf en als Ratio (her)lees. Ik ben mij er dus zeer van bewust dat er aardig wat autistische eigenzinnige, eigenaardige dingen binnen mijn schrijven te ontdekken zijn. En vermits het wereld-autisme-dag is draag ik een steentje bij aan het intrinsieke aspect ervan? Dat ik dit chaotische, barokke, gehakketakte, gedrocht van een blogje toch prijsgeef is erin gelegen dat ik permanent in het autisme gevangen zit en het af en toe van me af moet schudden. Ik gaf het de tittel ‘Ontbering’ mee terwijl dit slechts een minuscuul tipje van de meterslange sluier van ontelbare ontberingen betreft die ik meedraag. Velen ervaren mijn ergernisjes, frustraties, tekortkomingen en ontberingen maar ook mijn vrolijkheden, geneugtes, voldoeningen en genoegens terecht als compleet ongeloofwaardig, bombastisch of te ver gezocht. Velen lezen mijn blogs al lang niet meer. Maar zo dwingt de natuur het zich nu eenmaal van me af, waarvoor zoals altijd: mea culpa!

  • Mislukkeling?

Ik kan hier nog honderden ontberingen uit mijn pen schudden. De ene al wat geloofwaardiger dan de andere. De ene al wat meer autistisch dan de andere ook. Maar om altijd maar in dat gedachtengoed verder weg te kwijnen tracht ik al dansend, springend en zingend hier vandaan te lopen. Als Darwinist kan ik mijn problematieken gelukkig plaatsen en maak me er doorgaans niet te druk over. En ik blijf de Vrolijke Wetenschap van me afschrijven omdat ik weet, dat als ik ooit mijn verhaal eens daadwerkelijk aan het papier zou mogen prijsgeven, ik nog veel oefening van doen heb? Maar eerst moet ik echt nog veel en veel schrijven en schrijven tot ergernis van mijn bloglezers. Oefening baart kunst. En dit om mijn schrijfniveau nog binnen de weinige levensjaren die me nog resten, bij te schaven om voor de buitenwereld de weinig-bekende intrinsieke Asperianistische beleving met iedereen te delen?

En als het me mislukt: So What! En tussendoor vergeet ik niet om af en toe uit te rusten en de dingen even te verzetten en ben ik aldus bijna zover in seizoen vijf van TWD waar Negan zijn intrede zal doen en Glen en Abraham met zijn Lucille het hoofd zal inslaan. Een zwarte, chaotische dag moet af en toe kunnen en doorgaans met eenzelfde Negeniaanse inslag sla ik daarna met mijn filosofische hamer mijn drukkend, chaotisch denken en mijn drukkend lot uit mijn hoofd en geniet verder van elke nieuwe, wereld-autistische dag…

  • Schrijfproblematiek:

Orde zoeken of brengen uit de chaos van mijn denken is me een lastige opgave tijdens het schrijven. Want wat komt Jean Paul van Bendegem hier nu plots doen? Hij vloeit ongevraagd uit mijn pen en nu het er staat kan ik niet aan de verleiding weerstaan om daar enkele woorden bij te verzinnen. De tekst die ik voor ogen had te schrijven was dat ik per toeval uit mijn volgepropte boekenkast daar dat boek van Dirk Verhofstadt in gesprek met Etienne Vermeersch in terugvond omdat ik dat zag als een gepaste associatie binnen die tekst. Dat ik dat stukje over de Vrolijke Atheïst niet geschrapt heb en toch verder uitgewerkt heb is erin gelegen dat ik schrijf in eenzaamheid. Dat houdt dus in dat ik geen eerste lezer heb en dus nooit gecorrigeerd wordt. Impulsief en associatief schrijf ik twee tot zelfs drie blogs per dag maar geef er wekelijks slechts zo eens eentje vrij omdat ik wel weet dat er aardig wat naïviteit in mijn teksten sluipt.

Geef mij een woord, een boek of een gedachte en lap: voor ik het weet heb ik er een stukje over geschreven. Schrijven is me een dwang en veel wat ik prijsgeef is niet bedoeld om door andere gelezen te worden. Maar de stellingen die ik daar deponeer bewaar ik wel om er later iets zinniger mee te doen. Alles wat ik schrijf en het weinige dat ik hier op deze blog deel zijn strikt genomen slechts oefeningen tot een schrijven waarmee ik ooit eens mee naar buiten kan komen?

  • Motief van het verhaaltje:

Mijn dochter wou een boek over wiskunde van mij en toen ik het niet kon terugvinden zei zij vanwege de chaos van mijn volgepropte boekenkasten, dat ik beter wat boeken zou verkopen of beter zou verhuizen. In die zoektocht had ik daadwerkelijk dat boek Dirk Verhofstadt in gesprek met Etienne Vermeersch teruggevonden en reserveerde het voor deze blog. Ik zei haar toen dat ik mijn boeken niet kan wegdoen omdat dat een deel van mijn geheugen is waar ik geen afstand van kan nemen. Het belang hiervan is wat ik eigenlijk wou bloggen en wat er op het papier uiteindelijk terecht kwam is een ander verhaal dan ik voor ogen had. Met het schrijven verras ik dus in de eerste plaats altijd mezelf… Dikwijls schrijf ik hier spontane associaties alsof mijn vingers op het klavier de dingen uit mijn onbewuste neerschrijven die wel eens haaks staan op mijn bewuste denken? Aspergio versus Ratio dus?

A wizzard, a true star

Dat de mens de miljoenen, miljarden jaren evolutie op duizelingwekkende snelheid inhaalde om te ontwikkelen tot wezens die we vandaag geworden zijn, is mijns inzien zo ’n groot wonder dat alle achterlijke wonderen van alle Goden overtreft. Het hoopje chemie dat we zijn en het kleine, noodzakelijke breintje dat helpt om aan die chemische voorwaarden te voldoen, delen we met alle andere levende wezens. Maar dankzij het ontwikkelen van een taal (naast andere, in vele dikke boeken beschreven aanwijsbare ontwikkelingen) evolueren we sneller dan evolutionair mogelijk is?

Als ik zo eens door mijn geheugen blader sta ik versteld over de enorme hoeveelheid informatie die daar gevangen zit. Zoveel gigantisch opgeslagen beelden en weetjes die ik vergaard heb, hebben zich zodanig in mijn brein genesteld dat ik ze bij leven nooit meer allemaal zal kunnen oproepen.

Onlangs werd ik in een totaal vergeten moment van mijn kinderjaren geslingerd vanwege de heerlijke geur van bloemkool met worstjes zoals moeder het klaarmaakte. Ik herbeleefde dat moment alsof het gisteren was. Zag mezelf op de mijn toegewezen plaats smullen; zag alle details van de keuken terug; hoorde de woorden van vader, moeder en broer; voelde de chemie; was zo ingenomen door die herinnering zodat ik voor even het heden compleet vergat.

Drieëndertig dagen geleden heb ik bij toeval die lp: A Wizzard, A True star van Todd Rundgren uit de platenkast genomen en kon mij geen enkel liedje ervan voor de geest houden. En wonder-o-wonder: toen ik die plaat oplegde, triggerde dat mijn geheugen zodanig dat ik mij na drieëndertig seconden, elke noot ervan herinnerde. Zelfs flarden van de tekst kwamen me spontaan voor de geest. Bijna vijftig jaar lang was ik die muziek volledig vergeten. En nu hoor ik die terug alsof die er altijd al geweest was. En dan viel mijn oog op die honderden lp’s en cd’s in mijn muziekkast waarvan ik de melodieën eveneens niet voor de geest kan halen zonder een externe prikkel. En wat met die duizenden half vergeten boeken in mijn boekenkast. Ook hier herinner ik mij de inhoud pas na het lezen van enkele regels.

Lezers die mij kennen weten dat ik nogal eens bokkensprongen maak met eigenaardige associaties? Momenteel ben ik bezig met: De wereld waarvan wij droomden van Marc Van de Looverbosch en lees daar dat hij liever vasthoudt aan het geloof van een liefdevolle God die de mens het leven schenkt. En hier huivert Marc van de woorden van Sartre die stelt dat een mens in een absurd leven geworpen is dat volgens hem compleet als zinloos gezien mag worden. Toen ik nog jong was en met alle zintuigen plezier beleefde aan de muziek van Todd Rundgren kon ik die woorden van Sartre evengoed niet smaken. Heel mijn chemie en hormonen dwongen mij het leven zoals Marc te ervaren als een geschenk van het hogere. Maar nu ben ik al vele jaren ouder en sta al met één been in mijn graf en ik zie dat heel mijn kleine leventje amper van betekenis is geweest. Ontelbare herinneringen en opgedane kennis of wijsheid zal straks met mij sterven en voor eeuwig de vergetelheid ingaan. Ach, een mens is maar een minuscuul stofje in een oneindig en onvatbaar heelal. Maar de chemie van ons bewustzijn is zo sterk dat we ons voelen alsof we vertoeven in het  middelpunt van het bestaan? Dat het leven onzinnig is maar dat we er zelf zin aan kunnen geven, smaak ik met groot genoegen. Zonet heb ik de lp: Animals van Pink Floyd van onder het stof gehaald. Een lp die ik tijdens mijn puberjaren even grijs gedraaid heb als die van Todd Rundgren. Bij het bekijken van de hoes geeft mijn geheugen alle geheimen van mijn jeugd prijs. Heel de kamer en het bed waarin ik met de hoofdtelefoon begeesterd werd door Roger Waters, komt me levendig terug voor de geest. Dan vaporiseren die vijftig jaar van stilte van het ene moment in het andere! Dat ik daar met open mond van verbazing deelgenoot was van het concert van Animals en het geluk van het leven toen delen mocht met duizenden concertgangers in het Sportpaleis, stemt mij ontroerend en vreugdevol. Op dit moment kan ik met de beste wil van de wereld geen enkel liedje van Animals oproepen maar verheug ik me er al op dat ik na drie maten elke song als van ouds terug zal kunnen meezingen. De zin of zinloosheid van het leven doet er  helemaal niet meer toe. Alle opwellingen waar mijn geheugen gehoord en gezien wil worden, leg ik voor even het zwijgen op! De chemie van mijn lijf en lede siddert al met het vooruitzicht van die eerst noot. Lang leven het leven!

T.

 Het magische getal DRIE

Alle mensen hebben zo wel van die kleine, intieme, geheime genoegens die ze enkel voor zichzelf reserveren vanwege het belachelijke of perverse aspect ervan? Wat al op zeer jonge leeftijd een enorme aantrekkingskracht op me had was het kinderlijk genoegen dat ik beleefde bij het zien van het uur: 3:33 op mijn digitale klok. Als kind van de verwondering was ik een nachtmens die zich uren en uren kon bezigen met de pre socratische vragen die als vanzelfsprekend in mijn hoofdje opborrelden. En zelfvoldaan, na het zien van die magische 3:33 op de klok, liet ik de slaap toe zijn intrede te doen.

Ik ben een nachtlezer en als eerbetoon aan mijn kinderjaren leg ik steevast en klokvast om 3:33 het boek van de nacht op mijn nachtkastje om de welverdiende slaap aan te vangen. En gisteren zag ik tot mijn grootste plezier dat ik dat boek afsloot op pagina 333, zodat ik al lachend verzeilde in een heerlijke droomwereld. De ochtend daarop genoot ik vanwege dat magische moment intenser van mijn koffie en sigaret en werd ik gewekt door de poetsvrouw die per ongeluk 3 minuten en 33 seconden te laat aanbelde. Voor het eerst heb ik hier met iemand mijn guilty pleasure gedeeld en met haar welgemeende, goedlachse meelevendheid stelde ze me voor om een lotto-formulier in te vullen met alle drieën. Zogezegd zo gedaan. Ik vulde verscheiden vakjes in met allen als eerste vijf cijfers: 3/13/23/33/43 en vervolgde per formulier aan met de cijfers 31/32/34/35/36/37/38/39. Ik beloofde Florence toen dat ik bij winst, haar 3 miljoen zou toekennen en in de krantenwinkel overtrof de realiteit de fictie en moest ik 33 euro betalen (sigaretten, krant en magazine inbegrepen). Na haar werk hebben we de dag afgesloten met elk een drieëndertiger Jupiler in de naïeve overtuiging dat er als vanzelfsprekendheid gewonnen zal worden. En toen, zoals dat gaat, vroeg ze mij wat ik met onze winst zou doen.

Ik heb in een vorige blog mijn met stomheid geslagen verontwaardiging al eens neergeschreven over het feit dat de Vlaamse literaire BOON-prijs, enkel Hollanders op de shortlist heeft staan. En voor ik het wist flapte ik eruit dat ik 333 Vlaamse boeken zou lezen voor een echte Vlaamse literaire prijs die ik zou belonen met 33.333 euro. Daar 333 Vlaamse boeken wat te veel kan zijn om in één jaar te lezen, besloten we er een driejaarlijks evenement van te maken met een geldprijs van 333.333 euro…

En aldus wekt dat mijn associatief denken op waar ik overtuigd ben dat geld altijd gelijk heeft? Alleen al vanuit mijn afkomst, milieu en tijd weet ik dat men hard zal lachen om mijn idee van literaire prijs omdat ik maar een armoeschooier of een dromer of een fantast ben. Ach! Was ik maar kapitaalkrachtig! Met hoeveel genoegen zou ik de dingen daar niet daadwerkelijk kunnen delen. Hoe onvoorwaardelijk zou ik daar niet kunnen ontsnappen uit mijn cocon van intellectuele eenzaamheid waarin ik gevangen zit. Want als ik zo’n literaire prijs daadwerkelijk zou uitbrengen weet ik dat alle kafkaiaanse deuren voor mij als vanzelfsprekend zouden openen.

Zo kan ik eveneens niet bevatten dat er geen enkele fiere Antwerpenaar de boekenbeurs heeft gekocht. En dit terwijl er echt wel veel kapitaalkrachtige sinjoren in ons midden leven? Neem nu dat stuk onbenul: Fernand Huts die met veel toeters en bellen de Boerentoren kocht en dit te doen tot eer en glorie van alle Antwerpenaren? Voor een peulschil had hij gemakkelijk de boekenbeurs kunnen kopen en glans kunnen brengen tot al die verweesde Antwerpenaren die een stuk trots verloren hebben zien gaan?

En al mijmerend werd ik 33 uur later wakker geschud omdat constateerde dat ik uiteraard de lotto niet gewonnen heb. En zoals elke achterlijke lottokloot heb ik die formulieren, 33 trekkingen lang, volhardend ingeleverd om dan te beseffen dat de kans op winst haast nihil is. Misschien nog 33.333.3333 miljoen keer meespelen om ooit eens die nobele droom tot werkelijkheid te brengen? Lap weg sfeer! Lap weg droom! Lap weg magie!

T.

En nu iets Completely Different: ‘Over het waarom en het hoe ik schrijven moet!’

Mijn blogschrijfseltjes benoem ik meermaals als impulsiefjes. Wat ik hier vooral neerschrijf zijn, niet meer of niet minder, kleine tussendoortjes, of beter nog: kleine ergernisjes van het moment.

Dat ik mijn blog de ondertitel: ‘Voor allen en voor niemand’ meegeef mag je letterlijk opvatten want dat is wat ik hier daadwerkelijk doe: ik schrijf hier kleine bedenkingen enkel en alleen voor mezelf van me af.

Kijk! Ik ben een autistisch kluizenaar en ken veel te weinig sociale interactie. Gewone mensen kunnen onderling de kleinigheden met elkaar genieten terwijl Aspergerianen de dingen enkel met zichzelf kunnen delen. De genoegens van het eerste lentezonnetje worden gezamenlijk beleefd, maar ik heb niemand waar ik zo eens tegen zeggen kan hoe heerlijk de voorbode van de lente zich evengoed aan mij aanbiedt. En omdat ik nergens met mijn vrolijkheid terecht kan, zet ik me achter mijn pc en schrijf de dingen dan maar van me af. Gewone mensen kunnen de dingen dus letterlijk onderling uitspreken; maar dat genoegen is me niet vergund en dus schrijf ik daadwerkelijk mijn spreektaal snel, snel, als tussendoortje op deze blog, van me af.

Kijk! Ik ben een goedlachse amateurschrijver die tegelijkertijd de dingen en het schrijven ernstig neem omdat ik bijvoorbeeld een mankement zie in het denken van zelfverklaarde specialisten over het onderwerp: autisme. Toen op mijn negenveertige autisme werd vastgesteld ging er een wereld voor mij open. Haast alles wat erover geschreven staat heb ik met bittere ernst, quasiwetenschappelijk, tot mij genomen. De belangrijkste vraag die ik mij hier stelde was in hoeverre autisme mijn leven beïnvloed heeft. Hoe dieper ik in mijn verleden graaf, hoe groter het tranendal van gemiste kansen ik daar tegenkom. Daarom, om ernstig over deze problematiek na te denken moet ik de dingen bekijken met een bril van kennis over het object. Ik treed daar dus als het ware uit mezelf en bekijk mijn leven alsof het een leven van iemand anders is. Dat is een noodzaak om de verhalen te kunnen plaatsen, te kunnen bevatten en vooral ook te kunnen verdragen.

Wat ik tijdens die studie vooral bij mezelf ontdekte was het grote contrast tussen mijn rationeel denken en mijn autistisch denken. De tragiek hiervan heb ik ooit eens via een Griekse tragedie beschreven waar Zeus de protagonist met een bliksemstraal splitste in een Aspergio en een Ratio. Mijn autistische denken laat ik hier strijden met mijn rationele denken. Dit, toen ook al een impulssiefje, is een schrijven waar ik naar mijn gevoel meer mee kan en waarvan ik geloof de dingen over Asperianisme vanuit intrinsiek standpunt, inzichtelijk te maken? Een nobele gedachte misschien?

Kijk! Mijn schrijven hier is van een heel andere orde dan mijn schriftjes op deze blog. Via die Griekse tragedie schrijf ik eerder traag en doordacht. Hier neem ik dagenlang de tijd om een halve pagina uit te werken zodat ik mij daar nog wel enkele jaartjes zoet mee zal kunnen houden. Soms maak ik ellelange wandelingen om de nodige zuurstof in mij op te nemen die noodzakelijk is tot het produceren van een enkele zin die er staan mag. Alle Goden uit die tragedie, die helaas nooit vanwege mijn opvoeding tot mij kwamen, heb ik pas later tijdens het schrijven van mijn queeste, in hele dikke boeken opgezocht en belezen. Als goede schrijver doe ik dus aan goede recherche? En als ik hier eens moe van ben zoek ik vertier op deze blog over dingen van het moment die mij tijdens mijn ernstig schrijven wel eens opdringen… Hoe anders mijn stijl; hoe anders mijn problematiekjes die ik op deze blog zoal meegeef. Enkel hier kan ik interacteren via Aspergio en Ratio en het lentezonnetje met iedereen genieten.

Als goede huisvader die drie kinderen opvoeden moest heb ik mij in de grotemensenwereld moeten aanpassen. Onvoorwaardelijk en met groot genoegen heb ik mijn eigenste denken hier dus opzij geduwd en mij rationeel opgesteld conform mijn verantwoordelijkheden. Mijn chaotisch, door de natuur meegegeven autistisch denken heb ik hier logischerwijs voor mezelf gehouden maar reserveerde dit wel voor de nachtelijke uren waarin ik het mij, voor even, permitteren kon in het allergrootste geheim mezelf te zijn. Daar ligt het motief van mijn belezenheid. Dat ik daar in de wereld waarin ik geworpen werd, erover zwijgen moest, is nogal evident want in dat leven van de gewone mens is er amper plaats voor boeken (en goede muziek). En dat is wat ik mijn intellectuele eenzaamheid noem. Die eenzaamheid is bij wijlen hard maar eveneens noodzakelijk en vooral ook verrijkend.

Kijk! Vooreerst wil ik toch even nadrukkelijk het volgende stellen: ik ben van nature een altruïstisch filantroop. Sommige gedachten die ik af en toe durf prijs te geven kunnen als tegendeel hiervan gezien worden? Daarom ook dat ik nooit reclame maak voor deze blog! Ik heb nooit de intentie om familie en geliefden te kwetsen, maar als ik terugblik op mijn eigenste mankementen zie ik dat in de wereld van mijn afkomst daar de basis in ligt. Ik ben, dankzij mijn belezenheid dus, mijn wereld in de loop der jaren ontgroeid. Familie en geliefden zie ik daar als stagnerende mensen die ook maar in hun wereldje geworpen zijn; en dus onschuldig zijn…

Omdat ik zo goed als onvermijdelijk of solitair de dingen altijd maar in mijn eentje moest zien te ontdekken ervaarde ik dat studenten die een drie- of viertal jaartjes studeren over hun vak, ik hier pas kennis verwierf na een dertig à veertig jaar intens lezen. En dat doet wat met een mens… En dan nog schiet ik strikt academisch gesproken, schabouwelijk tekort. En af en toe overvalt mij die frustratie en schrijf ik hier op deze blog zo eens de dingen impulsief van me af. Maar via mijn tragedie neem ik dus zoals gesteld de tijd en beschrijf ik de immer aanwezige strijd: Aspergio versus Ratio, met in de achtergrond het motief om die lichte vorm van autisme ooit eens te delen met de wereld die niet weet dat ze schatplichtig is aan dat autistisch denken?

En om te eindigen een laatste ‘Kijk!’ Elke blog die ik hier prijsgaf is een momentopname waar ik zonder voorbedachte rade en dus heel spontaan dingen schrijf die strikt genomen behoren tot het rijk van momentjes binnen de sociale interactieve converseringen?

Neem nu die blogjes waar ik zit te kakken over Klara of over het muziekonderwijs. Als ik wat zit te lezen of te schrijven hoor ik op de radio of tv op de achtergrond een ergernis die ik op het moment even met iemand zou moeten kunnen kwijten, maar omdat hier niemand naast me zie verwordt die ergernis een blog. Zonder er vooraf over na te denken flapt er een titel waar ikzelf van sta te kijken (zoals: Arm Vlaanderen; Macht van mijn onmacht; Ode aan de schaamte; Noem mij zus of zo). Zonder er vooraf ook over na te denken laat ik mijn associaties de vrije loop en pas dagen of weken later na het herlezen, verschiet ik daar zelf over de verscholen gedachten die ik daar prijsgaf.  

Neem nu: De Fiere Griekse leeuw. Hoe ik daar ben opgekomen weet ik niet! Die titel flapte onbezonnen uit mijn pen. Tijdens mijn bezigheden hoorde ik die inval van Poetin en zijn onzin over de geschiedenis omdat ik daar toevallig van Gontsjarov het boek: een alledaagse geschiedenis aan het herlezen was... Hier zag ik onmiddellijk het contrast van het geschiedenistijdperk van Poetin en die van Gontsjarov. Wat resulteerde in die eigenaardige blog waar ik zonder voorafgaand plan, (dus als associatie van het moment) begon met die rare titel en verder ging met die gouden munt van BDW. Ik sta er zelf van te kijken dat ik dat als zodanig geschreven heb!! Achteraf na het herlezen kan ik, dus heel hard om mezelf lachen vanwege die onverwachte vondsten die zomaar uit mijn pen vloeien! Dus mijn blogs zijn echt wel niet meer of niet minder dan impulsiefjes of diep in mijn onderbewuste- levende-associaties, van het moment!

T.

PS: Slechts een handvol mensen kunnen mijn blogs verdragen, maar de meesten hollen zo snel mogelijk weg van de immer confronterende dingen die ik durf prijs te geven? Die weglopers geef ik groot gelijk want meer dan eens wens ik van mijn eigen blogs met hen mee weg te hollen. Soms dringt het gene ik geschreven heb pas weken of maanden daadwerkelijk tot mezelf door. Meer dan eens overvalt mij daar schaamte, maar evenzo verwondering over mijn eigenste denken. En toch kan ik tegen beterweten in niet ontsnappen aan die schrijfdrang waarvan ik nog steeds niet heb kunnen achterhalen waar die vandaan komt. Mea Culpa…

Theory of mind van Dirk en Johan

Ik heb aardig wat gelezen over psychotherapie en met veel theory of mind beleef ik hierover de sceptische houding van Dirk en Johan. Momenteel lees ik van Erik Oger een boek over Nietzsches perspectivische schrijven en maak er dankbaar gebruik van deze term te plaatsen bij de verbaasdheid van Dirk en Johan over het feit dat de Gentse universiteit nog een leerstoel psychoanalyse toekent. Vanuit mijn perspectief heb ik eerder veel lof voor de psychoanalyse. En met dit blogje probeer ik vanuit mijn sceptisme en vanuit mijn perspectief Dirk en Johan wat theory of mind mee te geven?

Maar vooreerst even de volgende dingen:

-Ik ben ontegensprekelijk een grote fan van de wereldvermaarde psychotherapeut Irvin D. Yalom. Met veel zin voor humor en zelfrelativering schreef hij schitterende romans waar de filosofen Schopenhauer, Nietzsche en Spinoza worden uitgelicht. Eveneens met veel humor en zelfspot doet hij aan zelfanalyse. Ik kan daarvan smullen. Ook schrijft hij over psychoanalisten die bij elkaar op therapie gaan. Hoe zij daar via beroepsgeheim de diepste dingen van gevoelens en denken tot op het bot onder elkaar kunnen fileren, stemt mij wel eens tot jaloezie. Wat moet het heerlijk zijn je hele hart en zielenroerselen onvoorwaardelijk onderling te kunnen delen.

-Uiteraard heb ik vele boeken van Freud en Jung gelezen en ben ik het volledig eens met de sceptische houding van Dirk en Johan. Een van de aller grappigste boeken die mij letterlijk met tranen van het lachen over de vloer deed rollebollen was Archetypen van Jung. Hoe ver dat die mens geloofde de geschiedenis een draai te kunnen geven. Hilarisch! Dat kan niet anders of Jung was een autist van de hoogste orde? Haha… En toch wordt dat in sommige kringen nog als ernstig genomen. Neem nu: Insights Discovery Profiel (gebaseerd op Jung/zie internet) waar fabrieksarbeiders als teambuilding, hun persoonlijksheidstypologie tijdens een daguitstap onderling kunnen ontdekken. En dit ter bevordering van de samenwerking op de werkvloer. Onze baas was een believer en dacht daar te kunnen ontdekken wie voor welke taak het meest geschikt kan zijn. Sceptici, waar ik toebehoor, zien dit als even belachelijk als astrologie maar toch is het psychoanalytisch van waarde? Want wekenlang hebben mijn collega’s en ik met elkaar kunnen lachen vanwege het profiel dat elk van ons werd toebedeeld. Dankzij (Contradictio sine qua non) psychoanalyse is de camaraderie onderling wel versterkt!

Verder wil ik nog stellen dat er veel te veel charlatans zijn die het plakaatje: psychoanalist, aan de voordeur hebben hangen. Maar anderzijds zijn er aardig wat psychiaters die zich in de psychoanalyse verdiepen en die met hart en ziel, de gewone mens met hun problematieken bijstaan? Ik twijfel er niet aan dat Dirk en Johan voeling hebben met de psychische problemen van gewone mensen. Dat zij ook inzicht hebben in de kansarmoede, dat een groot deel van onze landgenoten treft? Zie maar hoe vele mensen aan de coronacrisis geleden hebben? Hoe zelfs de statistieken van huiselijk geweld tot ziekenhuizenopvanging en zelfs tot zelfmoord dit bewijzen? En wat met de toekomende energiecrisis? Hoeveel nood er is tot heling? En waar kan Jan met de pet met die problematieken terecht?

Anders dan academici hebben gewone mensen geen referentiepunt. Dirk en Johan leven in een (vet betaalde) universitaire wereld waar ze de dingen met iedereen als vanzelfsprekend (-en het woord vanzelfsprekend mag hier in hoofdletters gelezen worden! -) kunnen delen. Over alles en nog wat kunnen zij onvoorwaardelijk hun ei kwijt. Zij kunnen hun hartje luchten! Gewone (in verhouding veel te weinig betaalde) werkende mensen zitten met hun problemen gevangen en kunnen de dingen doorgaans niet met anderen delen. En daar bewijst de psychoanalist zijn nut. Misschien kunnen zij (nog) geen kant en klare oplossingen bieden maar wat ze wel doen is hun oor lenen! Het feit dat de mens bij de psychotherapeut zijn hart eens kan luchten, verantwoordt het gegeven dat de Universiteit Gent deze leerstoel nog aanbiedt! Psychoanalyse is een vrij recente wetenschap die zich nog bewijzen en ontwikkelen moet via het naar elkaar te luisteren? Dirk en Johan zullen zich Indisch doof opstellen voor mijn perspectief ? ( … grapje…) Niets zo verhelend als het luchten van het hart!

T.

PS: Een tijdje terug stelde ik op deze blog de waarheid als relatief. In mijn mailbox mocht ik hier uitlachende commentaren lezen. Ik ben goedlachs en kan me vrolijk maken over de doorgaans kwetsende humor over de naïviteit van mijn eigenste schrijven. Maar dat weerhoudt me niet om mijn perspectiefjes hier met allen en niemand te delen. En zie: met een heel ander (academisch) jargon lees ik bij Erik Oger quasi dezelfde waarhedenproblematiek die ik simpliciter omschreef. Wat er gesteld wordt is hier minder belangrijk dan wie het stelt?

Ik bezit alle boeken van Nietzsche en evenzo een veelvoud van boeken over hem. En mijn perspectief (of motief) is hier van een heel andere orde dan de academische. Ik ben geen filosoof en zie de dingen sowieso door een andere bril dan de gangbare? En toch durf ik te stellen dat ik op sommige punten meer voeling heb met Nietzsche dan doorgaans gedacht? Door dat te durven zeggen zie ik alle filosofen ter wereld bulderen van het lachen. Maar weet dat ik daar ook heel hard om mezelf kan lachen! Zelfrelativering zit in mijn DNA.

Ziehier mijn hypothese waarover men lachen mag: Nietzsche is een Asperger! Over theory of mind gesproken! Hoe ik de mens daar als mijn gelijke zie! Als twaalfjarig kind ontsnapte ik net als hij uitgerekend in Nice, mijn gezelschap om daar in mijn eentje de stilte van de natuur te beleven en om God en de moraal in vraag te stellen tussen (letterlijk) slangen en adelaars. En dit heb ik vele jaren later tot mijn grote verwondering, aldus letterlijk in Zarathustra mogen lezen! En dat ik dan vanuit zijn biografie mag weten hoe hij interactief en relationeel gesukkeld heeft! Hoe hij zich meer dan eens via barokke en verhevene (autistische!) taal bediend heeft! Hoe hij leed aan zijn eenzaamheid en die ter zelfde tijd broodnodig had! Hoe hij zocht naar aandacht en zich meermaals onbegrepen voelde! Hoe hij de muziek nodig had en hoe hij, net als ik, uren achtereen improviseren kon! That’s me!

Zoals gesteld zullen vele filosofen mij uitlachen, maar enkel psychoanalytici zullen hier met mij meedenken? Rede genoeg om die faculteit in Gent te laten bestaan? Want uitgerekend Irvin D. Yalom vond deze hypothese over Nietzsches Aspergerianisme die ik hem hier stuurde, zodanig de moeite waard om diezelfde dag nog terug te mailen dat het een zeer interessante hypothese is die diepere studie van doen heeft?…

Donkiesjot in gesprek met Dirk Verhofstadt en Johan Braeckman

Een zoektocht naar menselijkheid

Hier een zoveelste minuscuul tipje van de meterslange sluier van geheimen die ik meedraag en waar ik mij bij wijlen nogal eens voor schaam:

Ik ben me er ten zeerste van bewust dat ik op deze blog meer dan eigenaardige gedachten aan het papier prijsgeef. Geregeld klop ik een mea culpa voor mijn kritisch denken dat mij als dusdanig is toebedeeld door de natuur. Ik kan er als Asperiaan met andere woorden echt niets aan doen dat ik permanent in het allergrootste geheim overmand word door een onstuimig, nooit stoppend en vooral voor de buitenwereld, bevreemdend denken.

Wanneer ik daar in ‘De Afspraak’ Bart Schols en gasten op het puntje van hun stoel zie zitten en hen bewonderend zie luisteren naar de imaginaire reis, de imaginaire kunst en de imaginaire gesprekken van Rinus van de Velde en dan zien mag dat men om mij lacht vanwege mijn imaginaire gesprekken alsof ik een achterlijke gek zou zijn? Tja, dan denk ik er bij wijlen beter aan te doen de dingen niet meer op deze blog prijs te geven. Maar zoals gezegd schrijf ik voornamelijk enkel en alleen voor mezelf omdat ik er plezier aan beleef. Mijn schrijven is eerder een poging om te ontsnappen uit de eenzaamheid, bepaald door het lot. Maar ook omdat ik aldus mijn eigenste denken kan ontdekken waar de verwondering centraal staat en waar ik op zoek ga naar mijn eigenste bronnen van zielenroerselen.

Door omstandigheden van mijn lot waar ik geworpen werd in een achterlijke wereld en waar er geen plaats is voor denken, moest ik de dingen altijd maar op eigen kracht zien te ontdekken. Tegelijkertijd beleef ik tekortkomingen die uiteraard een vanzelfsprekendheid zijn omdat ik haast nooit de dingen met geestesgenoten kan delen en dus nooit gecorrigeerd wordt en eveneens nooit spontane aanvullingen meekrijg. Schrijnende, intellectuele eenzaamheid is het gevolg en een last die ik dagdagelijks dragen en overwinnen moet. Dan zoek ik troost in het imaginair uitnodigen van geestesgenoten aan een rijk gevulde tafel, die oog en oor hebben voor mijn denken. Dus beste Dirk en beste Johan: Wees van harte welkom.

Het is nogal evident dat ik jullie hier uitnodigen moet want alle onderwerpen waar jullie in Toscane bij stilstaan zijn onderwerpen waarover ik mij al jarenlang in een allergrootste stilte mee bezig. Mijn boekenkasten puilen ervan uit. Kijk hier mijn schap over mensensoorten, daar een schap Darwin. Zie hier mijn schap over evolutie van de mens. Daar een schap over religiën Ginds mijn boeken over irrationalisme, humanisme en atheïsme. Alle dingen waarover jullie in jullie boek diepzinnig over palaveren, zijn dingen die mij al een leven lang interesseren. Ik ben geen rancuneus mens en zeker niet afgunstig maar dat jullie daar jullie verhaal als evidentie-aan-zich kunnen delen met elkaar en met de wereld is voor mij Science Fiction. En binnen die Science Fiction permiteer ik het mij om daar in het zonnige Toscane, aan te schuiven aan jullie tafel en mee te praten en te denken over al die onderwerpen die jullie beschrijven. En zou ik het durven? Zou ik hier kunnen stellen dat ik als nobele onbekende en niet-academicus hier zelfs enkele vrijzinnige gedachten aan kan toevoegen? In de reële wereld zal men mij erom uitlachen maar enkel hier kan of mag ik imaginair, vrijuit en spontaan bij iets stilstaan over een uitspraak waar ik mij, quasi rechtstreeks, aangesproken voel maar waarover jullie tot mijn spijt niet verder uitweiden?

Maar wacht even! Neem eerst nog een garnaalkroketje. Ja, ook dat is een autistisch geheim waarover ik altijd maar zwijg en zwijg. Want als ik het volgende kenbaarheid moest geven weet ik dat men om mij zal lachen en als waanzinnige zal nawijzen. Gisteren ontwaakte ik weer heel autistisch en mijn ratio ontwaakte pas op het moment dat ik daar in Oostende een kilo ongepelde garnalen afrekende. Quasi onbewust of slaapdronken heb ik die ochtend de trein richting zee genomen om dan pas bewust en ver van mijn bed, wakker te worden op de vismarkt. Op de terugweg kocht ik een bijbehorend flesje Chateau Lafaurie Peyraguey Sauternes Premier Cru Classé. Omdat ik niet als gekke snob of waanzinnige aanzien wil worden zie ik mij genoodzaakt de genoegens van deze dingen binnen het solitaire karakter van mijn cocon, imaginair te delen met allen maar in realiteit met niemand. Op zich is het intens triestig dat ik daar helemaal in mijn eentje zit te tafelen maar na de afdronk van het eerste glas beleef ik hier een intens plezier aan dat mij mijn eenzaamheid doet vergeten. En al genietend vertoef ik in gedachten. En per toeval had ik zojuist jullie boek gelezen. En binnen mijn fantasie van het moment komen jullie hier als vanzelfsprekend aanschuiven om over die gedachten te palaveren. En door die Cru Classé voelen jullie je warm onthaald en gunnen mij een woordje. En hier en alleen hier kan ik de juistheid en tegelijkertijd de onjuistheid van één van jullie bevindingen toelichten op jullie stelling op pagina 201:

            Enkele studies tonen aan dat mensen met autisme minder vatbaar zijn voor religieuze denkbeelden. Dit illustreert het belang van ‘Theorie of mind’, het vermogen dat bij mensen met autisme minder is ontwikkeld. Ze zijn minder goed in staat om de gedachten en gevoelens van andere mensen te ‘lezen’. Bijgevolg hebben religieuze opvattingen minder kans om zich te enten op hun psychologische eigenschappen.

Ik ben Asperger; dus werd ik daar geprikkeld en voelde me aangesproken. Maar tegelijkertijd verwonderde het me dat jullie hier niet schrijven over welke studies. Bij quasi alle onderwerpen in jullie boek verwijzen en documenteren jullie naar literatuur, behalve hier. Autisme wordt nogal stiefmoederlijk behandeld, maar de wereld zit er vol van en verdient meer toelichting? Dus vooreerst even dit: wat de academische psychologie nogal eens vergeet is dat er evenveel verschillende ideeën over autisme zijn als dat er autisten zijn. Dat bij ons theory of mind hier minder ontwikkeld is wordt haast gezien als een vaststaand statement uit DSM-IV. Weinig of geen aandacht is hier voor autisten die met theory of mind net wel over superieure inzichtelijkheid beschikken. En hierover wil ik graag het volgende verhaaltje met jullie delen:

Dat autisten minder vatbaar zijn voor religieuze denkbeelden kan ik volmondig beamen. Ik ben opgevoed en onderwezen met die opgedrongen gedachte van een hogere substantie genaamd: God. Men lacht om mijn imaginaire uitnodigingen, maar er mag niet gelachen worden met het imaginaire karakter van een God die wereldwijd miljarden mensen in het gareel houdt? En vermits ik ben mogen opgroeien in zo’n achterlijk schools gat van een dorp, werd mij de gezonde ontwikkeling van mijn intrinsiek denken onthouden omdat God tot kinderen geïndoctrineerd ingepompt werd als een alomvattende waarheid?. Men dwong van mij af om de goede daden en liefde van hun God netjes na te volgen maar hoe meer men mij daarin onderwees, hoe minder ik daar in die onzinnigheden geloven kon. En om aan die onzinnigheden te ontsnappen, vluchtte ik in mijn eentje geregeld de natuur in met de aanwezigheid van mijn eigenste gecreëerde God (zoals leeftijdgenootjes speelden met hun teddybeertjes en poppen). Als ongeletterde snotneus dacht ik toen al zonder voorkennis als vanzelfsprekend volgens de filosofie die jullie hierover als docenten prijsgeven in jullie boek. En alle vragen die jullie daar toekennen aan de Pre-Socraten waren vragen die ik me daar al stelde en die ik aan mijn God voorlegde. En tot mijn grote verbazing gaf God hier geen enkel teken van leven terwijl alle mensen binnen zijn gedachtengoed toch aan elkaar gelijk zijn? Waarom vertoonde Hij zich dan enkel aan de uitverkorenen en niet aan mij? En zo werd ik door mijn eigenste denken en bevindingen op eigen kracht en in het allergrootste geheim, een atheïst en een filosoof van de verwondering. Wanneer ik hierover in de school gewag maakte, kreeg ik vieze, afkeurende blikken toegeworpen en kon toen nergens met mijn vragen terecht. Meer dan eens kreeg ik daar een oorvijg voor in de plaats en de laatste oorvijg die ik toeliet bezorgde mij een driekwart doofheid aan mijn linkeroor. Ik ben dus letterlijk en figuurlijk monddood geslagen en voor ik het wist werd ik als fabrieksarbeider opgeleid.

De pater-leraars brulden mij toen meermaals de levieten zodanig hard toe. Maar ik speelde alsof ik angstig en verdrietig was en tegelijkertijd zag ik daar de woorden uit hun stinkende bek vliegen. Uiteraard was ik nog te jong om daar de term: theory of mind op te plakken, maar wat ik als twaalfjarige toen al inzag en echt doorvoelde was de geprogrammeerde oorsprong van hun gedrag en motief. Ik kon mij verplaatsen binnen hun gedachten en kende hen al snel beter dan dat ze zichzelf kenden. Maar omdat ik daar ooit monddood ben geslagen heb ik mijn bedenkingen met anderen binnen de sociale interactiviteit nooit kunnen en durven prijsgeven. En om troost te vinden aan het feit dat ik niet heb mogen studeren binnen de context van mijn inborst en aldus zelden of nooit mijn verhaal maken kan, nodigde ik jullie dus imaginair uit. En het was een prettige beleving dat ik jullie lezen mocht. Veel van de boeken die jullie aanhalen heb ik ooit als amateurfilosoof heel solitair gelezen. Ik denk en schrijf nooit academisch maar eerder zeer eigenzinnig. Ik kan dus enkel uiting geven aan mijn filosofie vanuit mijn eigenste beleving zoals een J.J. Rousseau of zijn voorganger (een weetje van jullie van een schrijver die ik in mijn hart draag; waarvoor dank) Montaigne (die ik in mijn geheime schrijverij geregeld citeer).

Wacht! Het wordt al laat. Tijd voor een digestief: wat te denken van een glaasje cognac: Courvoisier Initiale extra 40°. Ach, we zouden nog uren kunnen palaveren over alle dingen uit jullie boek Als afsluitertje van deze blijde bijeenkomst eindig ik graag met een laatste woordelijk afsluitertje. Mijn, door velen als bevreemdend ervaren About op deze blog is eigenlijk een afgeleide van een citaat van Montaigne:

            Ik wil mij dolgraag laten kennen, aan hoe-velen doet er niet toe, als het maar strookt met de waarheid. Of eigenlijk is het geen kwestie van graag willen, maar ben ik als de dood dat ik door degenen die toevallig mijn naam kennen voor een ander wordt versleten dan ik ben…

Dat is het motief van mijn doorgaans imaginaire schrijven, doch evenzeer het motief van deze imaginaire uitnodiging. Maar ook is het een rede waarom o-zo-velen mijn blog al lang niet meer lezen vanwege de harde werkelijkheid en het absurde van mijn kleine bestaan? Ach, beste vrienden tot jullie volgende boek hé… O, kijk hier: Heidegger: Sein und zeit… Wat een opluchting dat jullie daar zijn postmodernisme als onzinnig en vooral onleesbaar beschrijven… Jaren dacht ik dat ik te dom was omdat ik dat boek ooit heb doorworsteld en vooral vele pagina’s niet begreep. Maar dat citaat dat jullie daar prijsgaven deed mij rollebollen van het lachen… …Bladerend in dat boek zie ik jullie genoegzaam vaporiseren…

                                                                       …

… en verzadigd van mijn overheerlijke, zelfgemaakte garnaalkrokketen en licht bezoedeld van die godendranken, bladerde ik in bed wat verder door Heidegger op zoek naar die onleesbare, grappige passages waar jullie eveneens zo om grinniken kunnen… en aldus viel ik, zelfvoldaan en al lachend in een heerlijke, verkwikkende slaap… Bedankt lieve, imaginaire vrienden….

T.